Het Telefoonboek

Het artikel is oorspronkelijk geplaatst in het clubblad van Beofriends uitgave december 1995.

 

Inleiding.

Dit verhaal gaat niet over het telefoonboek van Soest of Utrecht, laat staan over het telefoonboek van Kopenhagen, maar over een belangrijk stukje geschiedenis uit het historierijke verleden van Bang & Olufsen. Een behoorlijk spannend verhaal overigens, want de hoofdpersonen speelden met gevaar voor eigen leven. We verplaatsen ons naar het einde van de dertiger jaren en volgen Duus Hansen, de hoofdrolspeler, in een adembenemend manusscript dat uiteindelijk leidde tot een totale vernietiging van de Bang & Olufsen fabrieken in 1945.

Denemarken verstoken van de buitenwereld.

Waar men nooit op had gerekend was dat Denemarken volledig afgesloten zou worden van radio-communicatie en telefoon. En dat was eerder nog nooit voorgekomen, niet in 1864, toen Denemarken bijna verslagen was, niet in 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en ook in 1938 had niemand verwacht dat dat zou gebeuren. Geen enkele instantie had voorzorgsmaatregelen genomen om het contact te kunnen behouden met de buitenwereld toen Denemarken werd bezet door het Duitse leger.

Het duurde twee jaar, voor er communicatie mogelijk was, illegaal wel te verstaan met een Engelse Transceiver. Dit is de Engelse benaming voor een apparaat met een zender en een ontvanger in één behuizing.

 

De contra activiteiten.

Na de bezetting bloeide er een actief verzet op. Het verzet had hoofdzakelijk contact met Engeland, vaak via het neutrale Zweden en wisselde informatie uit. De organisatie waarmee werd gecommuniceerd was de Special Operations Executive (SOE), een organisatie die is opgericht in 1941 door Winston Churchill. Via deze contacten ontving het verzet wapens, technische middelen en informatie. De goederen werden meestal 's nachts aan een parachute gedropt uit een vliegtuig op "veilige" plaatsen in Denemarken.

In 1941 werden twee Denen in Engeland door SOE speciaal opgeleid voor radio telegrafie. Toen deze opleiding was afgerond werden de twee Denen met een speciale missie per vliegtuig aan een parachute gedropt in Denemarken. Zij hadden een transceiver bij zich om contact te kunnen onderhouden met SOE. De zender had net voldoende vermogen om Zweden te bereiken. Zweden was neutraal en kon de gecodeerde berichten naar SOE in Engeland doorleiden. De meest ideale locatie om met de zwakke zender het contact te onderhouden was vanuit Kopenhagen. Maar dat was wel een gevaarlijke lokatie omdat de vijand met peilapparatuur voortdurend in de weer was om illegale radio-stations op te sporen. Het eerste radiocontact met de vrije Wereld werd gemaakt, met de gedropte transciever, op 20 april 1942. Volgens Gunnar Christiansen, de operator van de Engelse Transciever was het apparaat erg betrouwbaar en stabiel.

De Engelse zender had echter, behalve het kleine bereik, enkele andere nadelen. Ten eerste kon het alleen op wisselspanning werken. In die tijd was er in de meeste plaatsen in Denemarken slechts gelijkspanning beschikbaar. Ten tweede was er een speciaal antenne netwerk nodig. Zo'n antenne systeem was niet beschikbaar en moest speciaal gemaakt worden, bovendien was het erg opvallend. Als laatste was het apparaat zelf opvallend en kon het moeilijk ongemerkt meegenomen worden. De grootte en het gewicht van de transceiver maakte het apparaat moeilijk verplaatsbaar. Het was belangrijk voor de uitzending verschillende locaties te gebruiken om de vijand op een dwaalspoor te brengen.

Er werd een tweede transceiver gedropt. Een met meer zendvermogen en een selectievere ontvanger. Toch kon Engeland slechts zwak boven het geluid ontvangen worden van nabij gelegen zenders. Door de krachtigere zender kon wel direct kontakt onderhouden worden met SOE in Engeland. Deze transceiver is gedurende de gehele oorlog gebruikt voor kommunicatie met SOE. Maar ook deze transceiver had een paar belangrijke nadelen. Net als de eerste transceiver werktte dit apparaat op wisselspanning en was het groot en zwaar en daardoor moeilijk ongemerkt te verplaatsen. Het even oppakken van de transceiver en vervoeren naar een andere lokatie was er niet bij. Dat maakte het gebruik van dit apparaat bijzonder kwetsbaar. De vijand had peilwagens met directionele antennes om zo het radiostation te kunnen localiseren met het doel de radio operator en de helpers te arresteren. Volgens een vast schema uitzenden was dan ook niet mogelijk. De radio operator moest erg snel zijn en in "no time" het hele spul op kunnen pakken en rennen voor het leven. Het zou wel erg opvallend zijn wanneer je dan rondliep met een twintig kilo wegende grote aktentas.

 

Bang & Olufsen in de Tweede Wereldoorlog.

Veel radiofabrikanten vochten in die tijd voor een positie op de markt en er waren er velen; Bravour, Herofon, Magnavox, To-R, Unica, Sonofon om er een paar te noemen. Bang & Olufsen had toen al een vooraanstaande positie op de radio-markt van Denemarken en werd gerekend tot de top in die industrie. Toen de oorlog uitbrak steeg de vraag naar radio's enorm terwijl de toelevering van onderdelen steeds moeilijker werd. Verder werd invoer van halffabrikaten, materialen en onderdelen vrijwel onmogelijk gemaakt door de bezetters. Bang & Olufsen was echter handig in het vinden van alternatieven en kon daardoor redelijk aan de vraag voldoen. Door de groeiende omzet was het nodig de grootste uitbereiding ooit uit te voeren aan de fabrieken in Struer. Dat gebeurde in 1941.

Veel medewerkers van Bang & Olufsen waren actief in het Deense verzet. Peter Bang en Svend Olufsen wisten hier natuurlijk van maar verboden deze illegale activiteiten niet, ondanks de gevaren die eraan kleefden. Het gebeurde zelfs dat wanneer er onderdelen nodig waren voor het verzet, Peter Bang en Svend Olufsen toestemming gaven deze te leveren, maar wel onder uiterste geheimhouding. Er waren namelijk lieden, die zich verenigden met de vijand en daar waar mogelijk sabotage pleegden. Vooral fabrieken en spoorwegen waren daar slachtoffer van. Het was niet ondenkbaar dat ook Bang & Olufsen te maken zou krijgen met sabotage wanneer de steun aan het verzet zou uitlekken.

 

Duus Hansen in Kopenhagen.

Toen de oorlog uitbrak, werd er een subafdeling in Kopenhagen opgezet om de groeiende vraag naar radio's te ondersteunen. Daarvoor werd Duus Hansen, hoofd van de afdeling Ontwikkeling, in Kopenhagen gestationeerd.

Duus Hansen was bijzonder actief in het Deense verzet en werd, eenmaal in Kopenhagen aangekomen gekozen als kontaktpersoon van de Special Operations Executive (SOE). Hierbij zal zijn radiotechnische achtergronden een belangrijke rol hebben gespeeld. De opdracht van Duus Hansen was een communicatiekanaal te onderhouden met de SOE organisatie in Engeland. De problemen met de Engelse transceiver moesten opgelost worden en er moest op geregelde tijden contact zijn met SOE.

Om aan deze opdracht te kunnen voldoen, had Duus Hansen een betere transceiver nodig. In het diepste geheim organiseerde hij een meeting met SOE in Stockholm (neutraal Zweden), waar hij vroeg om betere apparatuur. Dat verzoek werd hem door SOE afgewezen gewoonweg omdat SOE geen betere apparatuur kon leveren. Duus Hansen kreeg toen de opdracht een radiostation te ontwikkelen voor het Deense verzet. Behalve dat moest hij mensen zien te vinden die opgeleid konden worden tot radio-operators. Deze radio-operators moesten in staat zijn met de morsesleutel minimaal 125 karakters per minuut te zenden. Dergelijke gekwalificeerde personen hoefde Duus Hansen niet van SOE uit Engeland te verwachten en waren in Denemarken ook niet beschikbaar.

Het ontwikkelen van een zender was een uiterst illegale activiteit. Zou Duus Hansen er een ontwikkelen, dan moesten er test uitzendingen gemaakt worden, om de zender te beproeven. Mocht hij door de vijand gesnapt worden, dan zou het slecht met hem aflopen om niet te spreken over de gevolgen die het zou hebben voor Bang & Olufsen. Hij kon namelijk niet zonder de inzet van Bang & Olufsen een zender ontwikkelen.

Hij zocht in het diepste geheim kontakt met radio amateurs en engineers. Onder hen waren Steen Hasselbalch en Svend Bagge, zij hadden een illegale Post en Telegraph radio service lab in Kopenhagen. Ook zocht Duus Hansen kontakt met Jens Oscar Nielsen, een professor aan het Polytechnical High School van Kopenhagen. In samenwerking met deze heren ontwierp Duus Hansen een transceiver. Duus Hansen volgde bij het ontwerp een nieuwe filosofie. Zender en ontvanger werden door hem als aparte units ontwikkeld. Ook de voeding van het apparaat werd als een aparte unit gemaakt. Het voordeel ervan zou zijn dat het toestel makkelijk los van elkaar was te transporteren naar een andere lokatie. Buiten dat was niet alles verloren wanneer iemand gesnapt zou worden met één enkele unit. De vijand zou moeilijk kunnen achterhalen om wat voor unit het ging. In het geval van de zender kon het belangrijkste onderdeel, het zendkristal, als apart onderdeel uit de zendunit gehaald worden waardoor de functie van de unit moeilijk te achterhalen was. De onderdelen als resultaat van deze vroege ontwikkelingen zijn te zien in het Freedom Fighters Museum van Kopenhagen.

 

"Het Telefoonboek".

Duus Hansen ging verder met de ontwikkeling van de transceiver. Hij had de verschillende units inmiddels zodanig vereenvoudigd en verkleind, zodat de zendunit, ontvangstunit en voeding tot één klein geheel samengevoegd konden worden. Het resultaat daarvan presenteerde hij aan het verzet in de zomer van 1943. Het toestel werd direct, van begin af aan "Het Telefoonboek" genoemd, omdat het toestel dezelfde afmetingen had als het telefoonboek van Kopenhagen. De grote voordelen van "Het Telefoonboek" waren dat het klein was en dat het kon werken op wisselspanning en gelijkspanning.

Er waren vier knoppen, een aan/uit schakelaar en een lampje aanwezig op het front van "Het Telefoonboek". Aan de achterzijde en de zijkant waren 11 bananencontrastekkers geplaatst voor aansluiting van het zend kristal, de morsesleutel, de antenne, de voeding en een hoofdtelefoon. Het apparaat was uitzonderlijk eenvoudig te bedienen.

Uit proeven die werden gehouden met aparte units bleek, dat de zender bijzonder goed voldeed, zelfs zo goed dat er werd besloten in serieproduktie een zestigtal "Telefoonboeken" te vervaardigen.

 

De produktie.

Een overgroot deel van de onderdelen gebruikt in "Het Telefoonboek" waren van Deense makelij en naar men zegt vaak door Bang & Olufsen geleverd.

Voor het chassis was er een licht soort metaal nodig, zoals aluminium. Helaas was dat niet verkrijgbaar in die tijd. Daarom werd er gekozen om voor het chassis Pertinax te gebruiken. Pertinax is een fenol geharde papierplaat. Het bij elkaar brengen van materialen en onderdelen om 60 transceivers te bouwen gaf de nodige moeilijkheden.

De produktie werd verdeeld in twee delen, het mechanische en het elektrische. Het mechanische deel nam kwartiermeester van de Deense Luchtmacht Allan Larsen voor zijn rekening. Kwartiermeerster Larsen woonde op het Amager eiland net iets buiten Kopenhagen en moest naar de stad om de onderdelen te verzamelen. Hij moest daarvoor op de fiets zo'n 6 kilometer afleggen. Het Pertinax kon hij slechts krijgen in platen van 90 cm bij 1.80 cm en 3 mm dik. Door de grootte en het gewicht van de platen, kon hij maar twee platen per keer meenemen. Hij liet de platen rusten op een pedaal en liep naast zijn fiets terug naar Amager. In zijn eigen kleine werkplaats bij zijn huis verwerktte hij de Pertinax platen tot onderdelen voor "Het Telefoonboek". Het chassis van daarvan werd gevormd door zes rechthoekige Pertinax platen die met elkaar werden verbonden met schroeven en koperen hoekprofielen. Twee grote Pertinax platen vormden de bovenplaat en onderplaat. In de zijkanten werden gaten aangebracht, voor de knoppen en aansluitbussen en extra grote gaten voor koeling van de buizen. Elke week kon Allan Larsen één chassis voor een transceiver bouwen.

De electronische onderdelen werden door Duus Hansen van verschillende "geheime" bronnen betrokken en Allan Larsen moest ze bij die adressen in Kopenhagen verzamelen. Hij leverde de onderdelen af op weer andere adressen, bij mensen thuis waar hij ook de chassis afleverde. Bij die adressen werden de chassis voorzien van bedrading en onderdelen. Het enige onderdeel dat van buiten Denamarken kwam was het kristal voor de zender. Deze werd geleverd door SOE.

In het noorden van Kopenhagen, in de kelder onder het huis van Steen Hasselbalck werden de gereedgekomen "Telefoonboeken" getest. Dat kostte vaak zoveel stroom, dat hij de elektriciteitsmeter van zijn huis moest blokkeren. Dit om te voorkomen dat hij in het supertarief van de energiemaatschappij zou komen met het risico dat hij werd afgesloten van electriciteit.

Het Telefoonboek woog niet meer dan anderhalve kilo en was in die tijd zijn gewicht meer dan in goud waard. Het was erg plat en kon heel gemakkelijk in een aktetas vervoerd worden. De detectiemethodes van de vijand werden steeds beter zodat er voor bijna elke uitzending een andere lokatie gekozen moest worden. Buiten dat mocht er niet te lang achter elkaar uitgezonden worden. De vijand had veel detectiewagens, die veelal waren gecamoufleerd. Die wagens konden na het starten van een uitzending binnen tien minuten het radio-station opgespoord hebben. Vandaar ook dat er zulke snelle radio-operators moesten komen. Het was belangrijk in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk informatie over te zenden.

Met deze eenvoudige en kleine transceivers kon het Deense verzet een "Life-line" onderhouden met SOE. De frequentie waarop de zender werkte was 7,025 MegaHerz in de 40 meter amateurband. Het aantal berichten dat werd verzonden vanuit Denemarken naar SOE was enorm. Eén van de "Telefoonboeken" was gebruikt om, in maart 1945, het mysterieuze 'KARTHAGO" uit te zenden naar Engeland. Enkele dagen later werd de verbergplaats van het Gestapo hoofdkwartier in midden Kopenhagen door een groep van Musquito bommenwerpers van de Royal Air Forces gebombardeerd in een laagvliegende aanval. Heel veel tactische informatie werd uitgewisseld gebruikmakend van "Het Telefoonboek". Het apparaat was bijzonder populair. Het hoge vermogen van de zender zorgde voor een direct en goed kontakt met SOE. Bij toeval ontdekte een radio operator, omdat hij geen zin had de buitenantenne te gebruiken, dat een eenvoudige binnenhuis antenne net zo'n goed resultaat gaf als de buitenantenne. SOE vertelde hem, geheel tot zijn verrassing, dat de ontvangst kristalhelder overkwam. Vanaf dat moment werd "Het Telefoonboek" uitsluitend gebruikt met een binnenhuis antenne.

 

Hoeveel "Telefoonboeken" zijn er gemaakt?

2 augustus 1944 informeerde Duus Hansen SOE dat er inmiddels 15 "Telefoonboeken" waren geproduceerd. Als we bedenken dat de oorlog nog 9 maanden zou duren, dan zou er elke week één "Telefoonboek" geproduceerd moeten worden om aan het streefaantal van 60 exemplaren te komen. Dat zou voor ongekende logistieke problemen zorgen. Het is niet bekend hoeveel units er exact zijn geproduceerd maar in ieder geval vijftien.

Hier volgt letterlijk het bericht van Duus Hansen aan SOE:

"We hebben nu voldoende technisch materiaal. Tot nu hebben we 15 transceiver gebouwd van het type dat wij "Het Telefoonboek" noemen, omdat de afmetingen hetzelfde zijn als een gewoon telefoonboek van Kopenhagen. Het bevat een 22 watt high speed zender en een krachtige ontvanger. Binnenkort zullen wij U een exemplaar via Stockholm zenden."

Twee maanden later, op 20 september 1944 zond SOE uit Engeland een bevestiging dat Duus Hansen's transceiver was ontvangen. Drie maanden daarna, op 27 december 1944 kwam het evaluatie rapport van SOE. Het rapport was afkomstig van commandant Hollingworth, de Deense districtschef van SOE. Het rapport meldde dat de transceiver bijzonder goed was uitgedacht en ontworpen, zowel mechanisch als elektrisch. Helaas kon de ontvangen transceiver niet in het laboratorium getest worden omdat van twee buizen de gloeidraad was gebroken of doorgebrand en er geen vervangende buizen beschikbaar waren.

Hoe het kon, dat de twee buizen stuk waren was een raadsel. Of het was tijdens transport gebeurd, in de Musquito bommenwerper, of er was geen goede spanning aangesloten bij het testen in het laboratorium. Het type buis dat Duus Hansen had gekozen waren goed, mits ze niet werden blootgesteld een hevige vibraties. Aangenomen wordt dat tijdens het luchttransport de buizen defect zijn geraakt. Duus Hansen kon geen nieuwe buizen leveren en evenmin kon men in Engeland, vanwege het unieke karakter van het ontwerp, vervangers plaatsen of het ontwerp namaken. Alhoewel de Engelsen vonden dat het beter was verschillende typen buizen toe te passen in het ontwerp, waren ze bijzonder enthousiast over "Het Telefoonboek". De buizen die werden gebruikt waren UCH21, UF21 en UBL21, standaard buizen die algemeen in Denemarken verkrijgbaar waren in die tijd.

 

Detectie van radio-stations.

Vaak werden verschillende "Telefoonboeken" op verschillende strategische plaatsen in een district geplaatst zodat de radio operator gemakkelijk kon switchen van de ene plaats naar de andere. Dit om de vijand in verwarring te brengen. Tijdens een uitzending stonden diverse bewakers te posten in de omgeving en waarschuwde wanneer er een detectie wagen in de buurt kwam. Alhoewel de detectiewagens op een gegeven moment gecamoufleerd waren, was het gemakkelijk ze te herkennen want er reden praktisch geen auto's in de straten omdat er geen brandstof verkrijgbaar was. Het moest dus wel gaan om een detectiewagen. Het is slechts enkele keren voorgekomen dat de bewakers in actie moesten komen omdat een detectiewagen te dicht in de buurt kwam van een radio-station. Dat verliep zonder al te veel bloedvergieten omdat het personeel in de detectiewagens niet was ingesteld zichzelf te verdedigen. Gedurende de tweede Wereldoorlog zijn slechts twee radio operators gearresteerd.

 

Gecodeerde telegrammen.

De telegrammen die werden verzonden naar SOE waren gecodeerd. Immers de vijand luisterde mee. De codes die door het verzet werden gebruikt waren niet te kraken, zo is gebleken, het zou catastrofaal geweest zijn als dat wel mogelijk was geweest. De vijand wist ook nooit voor wie, of welk land het telegram bedoeld was.

 

Snellere methoden.

Eind 1944 was het aantal telegrammen dat werd uitgezonden zo groot, dat er uitgezien moest worden naar mogelijkheden om dit sneller te doen. Er werd gekeken naar andere golflengten die snellere transmissie toelieten. Zo werd er een VHF radio transmissie tot stand gebracht tussen Kopenhagen en Malmo in Zweden. Er werd direct kontakt gehouden met de Amerikaanse ambassade die in Malmo was gevestigd. Het verzet had tot taak het verplaatsen van Duitse troepen te sabboteren. In Frankrijk was de invasie van geallieerden begonnen en alle Duitse troepen werden daar naartoe gezonden. Het Deense verzet sabotteerde daarop de Spoorwegen en treinen. Om goed op de hoogte te blijven van het verplaatsen van de Duitse troepen, moest er een bijzonder snelle vorm van bericht ontvangst gevonden worden. Men dacht erover om de ontvangen berichten op platen van was vast te leggen waarna ze, in een lager tempo gedecodeerd konden worden. Dit was geen ideale oplossing en Duus Hansen onderzocht de mogelijkheden om de Telegrafoon voor dit doel te gebruiken. De Telegrafoon is een ontdekking gedaan in 1898 door de Deense engineer Valdemar Poulsen. De Telegrafoon is een draadrecorder en was zijn tijd ver en ver vooruit. De tijd was er, in 1898. nog niet rijp voor. Het Amerikaanse ministerie van Defensie had de mogelijkheden van de draadrecorder ingezien en had, op basis van de Telegrafoon, een draadrecorder ontwikkeld. Drie van die draadrecorders waren gestationeerd in Londen. Eén van die drie draadrecorders werd uitgeleend aan Duus Hansen voor het Deense verzet en werd gestationeerd in Zweden om de snelle telegrammen vast te leggen.

 

Terug naar Bang & Olufsen.

Behalve de reeds besproken communicatievormen, hadden de lokale verzetgroepen kleine transceivers, lijkend op "Walkie-Talkies" en gewone AM radio's gekregen van SOE. Dit materiaal werd gebruikt om onderling kontakt te houden en sabotage acties te coördineren. De berichten werden veelal in code verzonden. Er ging van deze toestellen nog wel eens een kapot. Die werden dan bij Bang & Olufsen in Struer gerepareerd. Behalve dat werd er door Bang & Olufsen ook een serie pocket ontvangers geproduceerd.

Bang & Olufsen was in die tijd geen erg groot bedrijf, er werkten enkele honderden werknemers. Van die werknemers waren er erg veel actief in het Deense verzet. Ook leverde Bang & Olufsen veel onderdelen voor onder andere "Het Telefoonboek". Peter Bang en Svend Olufsen ondersteunde deze activiteiten zoveel mogelijk.

Het gevolg was, dat een Nazi terreurgroep op 14 januari 1945 om 's morgens 2 minuten voor half vijf, de fabrieken van Bang & Olufsen opbliezen. De fabrieken werden totaal vernietigd. Gelukkig waren er geen slachtoffers.

De Nazi terreurgroep handelde in opdracht van Bovensiepen, de chef van de Gestapo in Denemarken. Leider van de Nazi terreurgroep was de overgelopen Deen Bothilsen Nielsen. Hij werd gegrepen en heeft toen een bekentenis afgelegd.

Volgens zijn bekentenis werden de Bang & Olufsen fabrieken vernietigd samen met nog enkele andere doelen in Denemarken, zoals o.a. het theater van Aarhus en de Papiermolen van Aalborg. Voor het vernietigen van de Bang & Olufsen fabrieken had hij, samen met 7 andere personen, in de bewuste nacht tien zakken met elk 8 kg explosieven geplaatst in de fabrieken op verschillende plaatsen. Er werden lonten aangebracht van de zakken naar een plaats ten westen buiten de fabrieken. Daar werden de lonten samengebracht in twee tussen-onstekingen. Deze tussen-ontstekingen werden opnieuw voorzien van een lont van 5 meter lengte. Toen dat allemaal klaar was, werd de lont ontstoken en verliet de groep het terrein van de fabrieken. Vanaf een veilige afstand stopten de acht sabboteurs om de enorme explosie af te wachten. Maar, zo vaak bij dat soort dingen, er gebeurde niets. De enorme knal kwam niet. Vier van de sabboteurs werden teruggestuurd naar de fabrieken en vonden dat de lonten waren opgebrand zonder de tussen-ontstekingen te ontbranden. Er werden twee nieuwe lonten aangebracht en ontstoken. Kort daarna volgde een enorme vlam en nog geen moment later volgde de enorme knal volgens Bothilsen Nielsen. Een knal die tot ver in Denemarken te horen was.

In de ochtend, toen het licht werd, werd het pas duidelijk hoe erg de fabrieken er aan toe waren. Er was niets meer van over. Slechts de enorme tonnenwegende Bakelietpers stond nog deels overeind. De rest was veranderd in een ruine. De brand, die volgde op de explosie had de vernietiging kompleet gemaakt. Toch konden er nog tekeningen en onderzoeksrapporten worden gered zodat het onderzoekswerk kort na de ramp hervat kon worden.

 

De wederopbouw.

De morgen van 15 januari begonnen de werknemers van Bang & Olufsen direct met het opruimen van de rommel. Hierbij werden ze geassisteerd door de lokale brandweer en de burgelijke strijdkrachten. Machines werden uitgegraven en stukje bij beetje schoongemaakt en gerepareerd. Bang & Olufsen kon een grote loods van een lokale boer gebruiken om alle machines te repareren en op te slaan.

 

De eerste steen gelegd door Peter Bang.

 

Er lagen al tekeningen klaar van een jaar ervoor, toen men een nieuwe uitbreiding wilde uitvoeren aan de fabrieken. Deze tekeningen lagen nog bij de architect Tage Hansen. Men zegt dat die tekeningen zijn gebruikt om de fabriek opnieuw op te bouwen. Het meest moderne gebouw werd geplaatst met het karakteristieke zaagtand dak, een luxe kantine en moderne kantoren. Omdat die tekeningen al klaarlagen, kon de wederopbouw snel beginnen, dag en nacht werd er gewerkt. De gelegenheid werd meteen gebruikt om de fabriek technisch perfect en naar de nieuwste maatstaven in te richten. 22 september 1945 was sectie 1 klaar en op 7 februari 1946 was de nieuwe fabriek gereed. Alweer in 1947 was de produktie en de omzet op hetzelfde niveau als het eerste jaar van de oorlog.

 

Tot slot.

Hiermee is een einde gekomen aan een stuk geschiedenis waarin Duus Hansen en vele andere werknemers van Bang & Olufsen hebben gestreden voor Denemarken met gevaar voor eigen leven, en dat van anderen. "Het Telefoonboek" is de geschiedenis ingegaan als een mythe. Het is het enige Bang & Olufsen apparaat waar het logo van Bang & Olufsen niet op staat. Slechts vijf van die toestellen zijn inmiddels teruggevonden. Een ervan is te zien in het Freedoms Fighters Museum van Kopenhagen.

 

Dankwoord.

Dit artikel had niet tot stand kunnen komen zonder de hulp van Bodil Viftrup en Jan van der Molen. Bij deze wil ik hen van harte bedanken.

 

Literatuur.

  • "The radio cult in retrospect" The fairy-tale of Bang & Olufsen - Thomas Bloch Ravn.

  •  Technologie newsletter Bang & Olufsen June 1992 Volume 4 Number 3 - Bang & Olufsen.

  • "The Telephone Book Transceiver" - Hans Bonnesen. Birkerod Denemarken.

André Voskuilen.

 

 

"Het Telefoonboek" opnieuw beproefd.

Het Freedom Fighters Museum in Kopenhagen heeft een exemplaar van "Het Telefoonboek" in haar kollectie. Niels Rudberg Jorgensen werd in de gelegenheid gesteld in december 1989 dit exemplaar te beproeven. Hij meld over dit apparaat het volgende.

Deze transceiver was een bijzondere. Het was bedoeld voor batterijen voeding. Buiten dat was een buis van het type UBL21 vervangen door een Amerikaans type 7C5 en dat was vreemd. De Amerikaanse buis was vergelijkbaar met de normaal toegepaste EBL21, alleen de aansluitingen waren anders. Natuurlijk had die Amerikaanse buis in een later stadium aangebracht kunnen zijn maar dat was niet gebeurd. De aansluitingen aan de buisvoet moesten dan veranderd worden en aan de solderingen aan de buisvoet was te zien dat daar niets was veranderd in een later stadium. De 7C5 was dus bij nieuwbouw al in dit "Telefoonboek" geplaatst. De Amerikaanse buis had een lager stroomverbruik dan de originele buis en was vermoedelijk geplaatst omdat het apparaat gevoed moest worden met batterijen. De buis is waarschijnlijk direct geleverd uit Engeland of Zweden.

Duus Hansen blijkt inderdaad een bestelling geplaatst te hebben van 14 buizen. Dit is een belangrijke conclusie, omdat altijd gedacht was dat "Het Telefoonboek" uitsluitend gemaakt was van Deense onderdelen.

Bij de beproeving bleek de zender bijzonder stabiel te zijn. Er werden geen storende bijgeluiden geproduceerd. Het uitgangsvermogen van de zender werd getest met de oorspronkelijke buizen en met nieuwe exemplaren. In beide gevallen werd eenzelfde effect gemeten. Verder werd het ontvangergedeelte omschreven als verbazend selectief en gevoelig.

 

Mosquito Jachtbommenwerper

De Mosquito jachtbommenwerper was een Engels vliegtuig. Met dit toestel heeft Duus Hansen het "Telefoonboek" in 1943 over laten vliegen naar Engeland om het daar door SOE te laten beproeven. Ook werd dit toestel gebruikt om goederen te droppen voor het Deense verzet. Oorspronkelijk was de Mosquito een jachtbommenwerper, maar van dit vliegtuig waren er verschillende versies. Onder andere een versie om personen- en vracht te vervoeren. Het bommenruim, dat normaliter plaats bood aan bommen was voor het vervoeren van personen en vracht daarop aangepast. Geen luxe voor de passagiers overigens. Met een voor personen- en vrachtvervoer aangepaste Mosquito werd een lijndienst onderhouden tussen Engeland en Zweden. De Mosquito was het snelste vliegtuig dat er was in de Tweede Wereldoorlog. Dat kwam omdat het toestel bijzonder licht was en voorzien was van twee krachtige Rolls Royce Merlin motoren. Het toestel was helemaal van hout gemaakt, gelamineerd cedar hout en balsa hout. Bij de produktie van dit toestel hebben plaatselijke meubelmakers de verschillende onderdelen voor dit vliegtuig gemaakt waarna het werd samengebouwd. Er werd geen metaal gebruikt omdat dit vrijwel niet verkrijgbaar was in die tijd. Het vliegtuig was buiten alle verwachtingen bijzonder snel en wendbaar. Omdat het toestel zo snel was en het zo hoog kon vliegen werd het "Het Houten Wonder" genoemd. De Mosquito was de snelste jachtbommenwerper van de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers hadden niet zulke snelle toestellen en konden nauwelijks een Mosquito neerhalen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beofriends © 2007